Een knotsgekke jaarwisseling

937C847B-830A-485A-AD08-303F01F37EB5

Caïro, eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Wat doe je in godsnaam op oudejaarsavond in de hoofdstad van dat knotsgekke land Egypte waar we vervoerd werden door knetterstonede taxichauffeurs in auto’s met gaten in de bodem zodat we zowat vergast op de plaats van bestemming aankwamen: de met luizen bevolkte hotelkamers waar het personeel op de hotelgangen bleek te wonen? Dertig jaar geleden keken we er oprecht van op, beginnende reizigers als we waren. Het massatoerisme stond nog in de kinderschoenen. We zeggen niets te veel als we met terugwerkende kracht concluderen dat onze generatie, de net-niet-meer-babyboomers, de paden van het inmiddels volkomen doorgeschoten toerisme hebben gebaand.

Niet dat we dat toen al konden voorzien. Met stijgende verbazing ondergingen we een cultuurschok van jewelste. Voor het eerst snoven we – walgend – de geur van armoede op, onze kieskeurige neusjes bedekkend met zakdoeken. Hier lag al wat menselijks was, sinds eeuwen aangekoekt, verstoft op straat. Het woei op, plakte aan onze handen. We proefden het op onze lippen. Egypte offreerde ons een achtbaan aan indrukken waar we ons, als in een psychedelische nachtmerrie, heen en weer geslingerd wisten tussen devote bewondering en uitbundige hilariteit. We hadden geen keus, deden dingen die waarschijnlijk helemaal niet konden. Blonde twintigers, twee jongens, twee jonge meiden. Gewoon op een terras gaan zitten lurken aan een waterpijp. We werden niet eens weggekeken, werden hoofdschuddend getolereerd. Rare jongens en meisjes, die Vikingen.

Hetzelfde dachten wij, onnozele toeristen, over onze gastheren, giechelend van ongeloof in een land waar mannen in jurken liepen en de allerarmsten op de begraafplaats woonden. In eerbied ook, laten we dat niet vergeten. Het gouden gelaat van Toetanchamon dat ons in het Archeologisch Museum deed beseffen dat we iets zagen dat altijd bedekt had willen blijven. We werden gulzig. Er was zoveel meer blootgelegd van bovenmenselijke schoonheid: tempels, piramiden, beelden… Werd ooit de Franse schrijver Stendhal duizelig van het overweldigend aanbod aan kunst in Florence, ook wij ervoeren iets wat op het Stendhalsyndroom lijkt: de overrompeling waar Gustave Flaubert gewag van maakte in zijn ode aan het land dat hij in 1850 bezocht.

‘This is indeed a funny country. Yesterday, for example, we were in a cafe which is one of the best in Cairo, and there were, as the same time as ourselves, inside, a donkey shitting, and a gentleman who was pissing in a corner. No one finds that odd; no one says anything.’ (uit: Gustave Flaubert, Flaubert in Egypt: a sensibility on tour)

Oudejaarsavond in Caïro oogde als alle andere avonden. Was er dan helemaal niets te doen? Een taxichauffeur met een walmende joint in zijn mondhoek wist waar het die avond zou gaan gebeuren. Hij zette ons af bij het Hilton Hotel waar op de bovenste verdieping een feest het jaar zou uitluiden. Bij de ingang werd om onze tickets gevraagd. Tickets? Niemand wist iets van tickets. We kregen het voordeel van de twijfel.

De zaal bleek gevuld met mannen. Louter mannen. Maar kom, niet zeuren. Dat zal hier wel normaal zijn, zeiden we tegen elkaar. We hadden inmiddels wel gekkere dingen meegemaakt, zoals de boze taxichauffeur die achter ons aan rende in zijn wapperende jurk omdat we weigerden meer te betalen dan de afgesproken prijs. Of de wanhopige aanstaande vader die ontdekte dat onze mannen dokter waren en ze meteen meenamen naar zijn hoogzwangere vrouw met de vraag of ze nog wel kon reizen. Of die urenlange rit in een verrotte taxi door de woestijn. We mogen achteraf van geluk spreken want er had heel wat echt fout kunnen gaan op deze misschien iets te avontuurlijke reis.

Om middernacht was het dan zover. We waren opgewonden van het wachten. Er werd afgeteld. Wij, twee Nederlandse vrouwen, stonden omstuwd door best wel veel mannen, inclusief de onze. Om twaalf uur precies doofden alle lichten en werd het aardedonker. Er klonk opzwepende, oriëntaalse muziek – om ons heen schudden mannenbuiken, werden armen hoog geheven, en streken neergedaalde, anonieme handen al dan niet per ongeluk over onze ruggen en billen. We waren zo beduusd dat we alleen maar zaten te giechelen, dom en blond als we waren. Van #MeToo had niemand nog ooit gehoord.

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s