Gast aan de kerstdis – leg je kunstgebit maar naast je bord, buurman

0CF432AE-54F3-4DFB-BE15-DA87F0B67FCFHet moet 1973 geweest zijn. Ik was vijftien en macrobioot, door sommigen fijntjes macro-idioot genoemd. Ik meen me te herinneren dat het dieet bestond uit zilvervliesrijst en erwten. Het brood bakte ik zelf, niet gehinderd door enige kennis van gist of zuurdesem. Er ging een bakblik met modderig deeg in de oven en na een uurtje kwam er een soort donderbruin gebakken baksteen uit. Mijn moeder kon er wel om lachen, hoewel haar gezicht betrok toen er geen enkel mes door de baksteen heen ging en ik de klomp brood dan maar te lijf ging met een zaag.

Het was het jaar dat het Verenigd Koninkrijk toetrad tot de Europese Economische Gemeenschap, onder premierschap van Edward Heath (waar naderhand van bekend werd dat hij op jonge jongens viel). Het was tevens het jaar dat in Chili Salvador Allende werd vermoord en Pinochet aan de macht kwam. Nederland kreeg te maken met de toestroom van Chileense vluchtelingen. Ik heb nog eens een boottochtje gemaakt over de Schelde met twee (mannelijke) vluchtelingen die de overtocht per boot hadden gemaakt, me niet realiserend dat ik wel ontvoerd had kunnen worden. We waren naïef in die tijd, geloofden in het goede van de mensheid.

Het zal ook dat jaar geweest zijn dat ik tijdens kerst in hongerstaking ging. Ik nestelde me pathetisch met een dikke deken op de bank terwijl de rest van de familie zich tegoed deed aan kalkoen en wijn. Ik geloof niet dat ze me erg zielig vonden. Ik wilde immers zelf solidair zijn met de hongerende medemens. Ik was in die tijd zeer sociaal voelend, schreef vlammende artikelen in de schoolkrant over ongelijkheid en socialisme, deelde opruiende pamfletten uit aan de poort van de Schelde in Vlissingen en zat in het bestuur van de plaatselijke wereldwinkel. Er hing in Zeeland in die tijd revolutie in de lucht, ruim een decennium na dato, maar toch.

Het was ver in de jaren tachtig. Ik studeerde in Amsterdam en woonde samen in Amsterdam-Oost, in wat we nu een multiculturele buurt zouden noemen. Boven ons woonde een weinig spraakzame Marokkaan, tegenover ons woonde een druk Turks gezin en beneden ons bivakkeerde een alleenstaande, oudere man die leed aan wat we nu Hoarding Disorder zouden noemen, een ongecontroleerde verzamelwoede. Buurman André had ons wel eens in zijn ‘hol’ genood, een overigens mooi gerenoveerde woning, gisten we door de plafondhoog gestapelde rotzooi heen. Met wat in zijn huis opgetast lag, had je makkelijk een doe-het-zelf filiaal van Karwei kunnen bevoorraden.

Met Kerstmis in zicht en vanuit onze medemenselijke inborst vonden we het een goed plan om deze eenzame buurman aan onze overvloedige kerstdis te noden. Ik had extra mijn best gedaan, de tafel mooi gedekt met kaarsen in antieke kandelaars en artistiek neergevlijde dennentakjes naast de borden. Buurman André had ook uitgepakt met een pak zoete AH-wijn. Hij was geschoren en had zowaar iets aan wat op een overhemd leek. We startten de maaltijd met een soepje. So far so good. Toen onze kerstgast een paar mooie stukken kalkoen op zijn bord gedrapeerd kreeg, sprak hij de onsterfelijke woorden: waar kan ik even mijn gebit kwijt? We hebben echt geprobeerd niet te lachen en niet te huilen. Van een nieuwe gast aan de kersttafel is het de jaren daarna niet meer gekomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s